← Rekenmachine

Percentagecalculator

Bereken elk percentage snel: X% van Y, hoeveel procent, procentuele toe- en afname en procentueel verschil, met duidelijke voorbeelden uit de praktijk.

Wat is X% van Y?

% van =

X is wat % van Y?

is van

% verandering van X naar Y

van naar =

X plus/min Y%

± % =

Elk percentage in seconden berekenen

Percentages duiken overal op: de fooi onderaan een restaurantrekening, de rode kortingssticker in een etalage, de belasting die bij de kassa wordt toegevoegd, de loonsverhoging die je baas net heeft beloofd, het cijfer op een toets. Het woord klinkt technisch, maar een percentage is niets meer dan een breuk met als noemer altijd 100. Zodra je weet welke van de vier eenvoudige vragen je stelt, wordt elk percentageprobleem één rekenregel. Deze pagina doorloopt die vier vragen met echte, alledaagse voorbeelden, en de calculator hierboven doet de rekenkunde onmiddellijk voor je.

Gloeiende gesegmenteerde ring die een deel van een geheel als percentage weergeeft
Een percentage is gewoon een deel van een geheel, geschaald naar 100.

Wat is X% van Y?

Dit is de vraag die je stelt als je het percentage al kent en het bijbehorende bedrag wilt weten. De formule is eenvoudig: zet het percentage om in een decimaal getal door het door 100 te delen, en vermenigvuldig dat vervolgens met het totaal.

X% van Y = (X ÷ 100) × Y

Echt voorbeeld (een fooi): je diner kostte €60 en je wilt 18% fooi geven. Dat is (18 ÷ 100) × 60 = 0,18 × 60 = €10,80. Tel dat op bij de rekening en je betaalt €70,80. Dezelfde berekening beantwoordt ook "wat is 8% btw over een jas van €45?" — 0,08 × 45 = €3,60, dus de jas kost €48,60 aan de kassa.

X is wat procent van Y?

Hier heb je twee bedragen en wil je weten hoe ze zich als percentage tot elkaar verhouden. Deel het deel door het geheel en vermenigvuldig met 100.

Percentage = (X ÷ Y) × 100

Echt voorbeeld (een cijfer): je hebt 42 van de 50 punten gehaald op een toets. Dat is (42 ÷ 50) × 100 = 0,84 × 100 = 84%. Dezelfde methode vertelt je dat als je €1.500 hebt gespaard voor een vakantie van €6.000, je (1500 ÷ 6000) × 100 = 25% van de weg hebt afgelegd.

Procentuele stijging

Als een getal stijgt en je wilt de groei uitdrukken als een percentage, bereken dan eerst het verschil en deel dat door de oorspronkelijke waarde. Het startgetal staat altijd onderaan — dat is de meest gemaakte fout.

Stijging % = ((Nieuw − Oud) ÷ Oud) × 100

Echt voorbeeld (een prijsstijging): een maandabonnement op het openbaar vervoer ging van €80 naar €92. Het verschil is €12, dus ((92 − 80) ÷ 80) × 100 = (12 ÷ 80) × 100 = 15%. Je woon-werkverkeer is 15% duurder geworden. Dezelfde formule werkt voor een loonsverhoging: een salaris dat van €50.000 naar €54.000 stijgt, is een (4000 ÷ 50.000) × 100 = 8% verhoging.

Procentuele daling

Een daling gebruikt precies dezelfde logica — het verschil is negatief, wat simpelweg een daling aangeeft.

Daling % = ((Oud − Nieuw) ÷ Oud) × 100

Echt voorbeeld (een korting): een paar schoenen van €120 wordt afgeprijsd naar €90. De daling is €30, dus (30 ÷ 120) × 100 = 25% korting. Andersom: als je een bord ziet met "30% korting op €120", is de besparing 0,30 × 120 = €36 en betaal je €84.

Abstracte gloeiende balken die stijgen en dalen om procentuele toe- en afname te tonen
Stijging en daling delen één formule — het teken geeft de richting aan.

Procentueel verschil (als er geen "origineel" is)

Soms is geen van beide getallen het startpunt — je wilt gewoon weten hoe ver twee waarden uit elkaar liggen. Deel het verschil door het gemiddelde van de twee getallen.

Verschil % = (|A − B| ÷ ((A + B) ÷ 2)) × 100

Echt voorbeeld: een winkel verkoopt een waterkoker voor €40 en een andere voor €50. Het verschil is €10 en het gemiddelde is €45, dus (10 ÷ 45) × 100 ≈ 22%. Dit is symmetrisch: het maakt niet uit welke prijs je A noemt en welke B.

Twee handige rekentrucs

Wissel de getallen om. X% van Y is altijd gelijk aan Y% van X. 16% van 25 berekenen ziet er omslachtig uit, maar 25% van 16 is gewoon een kwart van 16 — namelijk 4. Zelfde antwoord, veel minder moeite.

Bouw het op vanuit 10% en 1%. Om 10% van een getal te vinden, schuif je de komma één plaats naar links: 10% van 240 is 24. Voor 1% schuif je de komma twee plaatsen: 1% van 240 is 2,40. Met die twee bouwstenen kun je bijna alles samenstellen — 15% is 10% plus de helft daarvan (24 + 12 = 36), en 17% is 10% + 5% + 2% (24 + 12 + 4,80 = 40,80). Zo bereken je precies een fooi in je hoofd terwijl de ober wacht.

Voor groei op langere termijn waarbij elk jaar voortbouwt op het vorige, stapelen percentages zich op in plaats van simpelweg op te tellen — probeer onze samengestelde-rentecalculator. Je kunt ook de volledige set gratis calculators bekijken voor het splitsen van rekeningen, omrekenen van eenheden en meer.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken ik een percentage van een getal?

Deel het percentage door 100 om een decimaal getal te krijgen, vermenigvuldig dat dan met het getal. Voor 20% van 150 bereken je 0,20 maal 150, wat gelijk is aan 30.

Hoe vind ik welk percentage het ene getal is van het andere?

Deel het deel door het geheel en vermenigvuldig met 100. Als 42 van de 50 vragen correct zijn, is dat 42 gedeeld door 50 maal 100, wat gelijk is aan 84 procent.

Wat is de formule voor procentuele verandering?

Trek de oude waarde af van de nieuwe waarde, deel door de oude waarde en vermenigvuldig met 100. Een stijging van 80 naar 92 is 12 gedeeld door 80 maal 100, wat gelijk is aan een stijging van 15 procent. Een negatief resultaat betekent een daling.

Waarom deel ik door het oorspronkelijke getal bij procentuele verandering?

Omdat de verandering wordt gemeten ten opzichte van waar je begon. Delen door de nieuwe waarde geeft een ander en misleidend getal, dus de oorspronkelijke (start)waarde staat altijd onderaan.

Wat is het verschil tussen procentuele verandering en procentueel verschil?

Procentuele verandering heeft een duidelijk voor en na, dus je deelt door de oorspronkelijke waarde. Procentueel verschil vergelijkt twee waarden zonder startpunt, dus je deelt door hun gemiddelde en het resultaat is hetzelfde ongeacht welk getal je eerst neemt.

Is X procent van Y hetzelfde als Y procent van X?

Ja, ze zijn altijd gelijk. 8 procent van 50 en 50 procent van 8 zijn allebei 4. Het omwisselen van de getallen maakt de berekening vaak veel eenvoudiger in je hoofd.